leftbehind.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Nieuwe artikelen
    De verschillende visies betreffende de opname van de gemeente
    De verschillende visies betreffende de opname van de Gemeente
     
    Met de opname van de gemeente komt Jezus terug om Zijn bruid op te nemen, om haar naar het Vaderhuis te brengen. De Here Jezus zal dan niet op de aarde neerdalen, maar zal de gemeente in de lucht tot zich nemen. Dit zal in een oogwenk plaatsvinden, zonder dat iedereen Jezus ziet.
    De opname is voor de gemeente van Christus, zodat zij bewaard wordt voor de slotfase van de eindtijd, dat is “de grote verdrukking”.

    Jezus zichtbare terugkomst zal plaats vinden als Hij voor Israël komt, om als Koning der Joden over de gehele aarde te gaan regeren. Dan zal iedereen Hem zien komen met de wolken en zal Hij Zijn voeten op de Olijfberg zetten. We kunnen daarom spreken over een eerste en tweede komst.

    Wat is de opname van de gemeente?
    1 Thess. 4:16,17; 1 Cor. 15:51-58

    We lezen over de opname van de gemeente van Christus in 1 Thess. 4: 16,17:
    "want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank van een bazuin van God, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen." 1 Thess. 4:16,17 spreekt over de opstanding van gestorven christenen en het "weggevoerdworden" van deze opgestane gelovigen tezamen met de nog levende christenen. Deze "wegvoering" of "wegrukking" wordt ook wel de opname van de Gemeente genoemd.

    We komen de opname van de gemeente verder tegen in:

    1. 1 Cor. 15:51-58: in een ondeelbaar ogenblik
    2. 1 Thess. 1:10: uit de hemelen Zijn Zoon verwachten.
    3. 1 Thess. 5:1-11: de dag des Heren komt als een dief in de nacht
    4. Openb. 1:9-20: de situatie direct na de opname van de gemeente

    In deze studie zullen we de betekenis van de opname bespreken binnen het raamwerk van de Bijbel en de veelgestelde vraag behandelen: "Gaat de Gemeente door de (Grote) Verdrukking?"
    De plaats van opname van de gemeente binnen het raamwerk van de Bijbel
    Dan. 9:24-27

    Om de plaats van de opname van de Gemeente van Christus te begrijpen, moeten we allereerst de betekenis en aard van de Gemeente van Jezus Christus kennen. De Gemeente van Christus is ontstaan nadat Israël het koninkrijk der hemelen had verworpen (Matt. 21:43), het hemelse deel van de erfenis van Israël als eerstgeboren zoon (Ex. 4:22,23), zodat alleen het aardse deel van haar dubbele erfenis overblijft voor Israël om in de toekomst te worden vervuld.

    Gods handelen met Israël vinden we onder andere in Dan. 9:24-27, de profetie van de 70 jaarweken van Daniël. Elke jaarweek is een tijdsperiode van 7 jaar. In Bijbelse profetie is een jaar een periode van 360 dagen, ook wel een lunair jaar (maanjaar) genoemd (vgl. Openb. 12:6). Daniël profeteerde dat er 70 jaarweken zijn bepaald over het volk Israël (vers 24), dat wil zeggen 70 maal 7 = 490 jaar.

    Vanaf het moment om Jeruzalem te herbouwen (Neh. 1; ± 483. v Chr.) tot de dood van de Here Jezus waren 69 weken (62 + 7 weken). Er blijft dan nog één jaarweek van 7 jaar over, dievervuld wordt in Openb. 6-18, de "tijd van benauwdheid voor Jacob" (Jer. 30:7).
    Tussen de 69ste en de 70ste jaarweek is er een nieuwe bedeling ingelast, waarin God tijdelijk zijn handelen met Israël op nationale basis ter zijde stelt om "een volk voor zijn naam uit de heidenen vergadert" (Hand. 15:14). "Daarna" (Hand. 15:16) zal de 70ste jaarweek van Daniël beginnen, en "zal God de vervallen hut van David [Israël] opnieuw opbouwen" (Hand. 15:16). Nadat God het volk voor de heidenen heeft vergaderd, dat is de "ene nieuwe mens in Christus" (Ef. 2:15), zal de Gemeente van Jezus Christus van de aarde worden "weggevoerd" (1 Thess.4:17). Typologisch zien we dit geïllustreerd in Gen. 21- 25:

    1. Gen. 21: De geboorte van Isaäk -> De geboorte van Christus
    2. Gen. 22: De offer van Isaäk -> De dood van Christus
    3. Gen. 23: De dood van Sara -> Israël tijdelijke terzijde (na de 69ste week)
    4. Gen. 24: De bruid voor Isaäk -> Bruid voor Christus (tussen 69ste en 70ste week)
    5. Gen. 25: De hertrouw van Abraham -> Israël hersteld en vruchtbaar

    Het doel van God in deze bedeling is dat Hij op zoek is naar een bruid voor Zijn Zoon (Gen. 24).

    De Gemeente van Christus en de Verdrukking
    De vraag die veel wordt gesteld is: "Gaat de Gemeente door de Verdrukking?"

    Hiermee wordt meestal de vraag bedoeld of christenen door de 70ste jaarweek van Daniël moetengaan. De uitdrukking "grote verdrukking" komen we tegen in Matt. 24:21 en Openb. 7: 14. Deverwijzing is dan naar de tweede helft van de 70ste jaarweek van Daniël. In Matt. 24:9 wordt echter alleen de term "verdrukking" gebruikt en is er weinig op tegen dit synoniem te stellen met de hele 70ste jaarweek van Daniël. Niet alle christenen volgen de gedachte dat de Verdrukking een zevenjarige periode is die in Openb. 6-18 wordt omschreven als de "tijd van benauwdheid voor Jacob" (Jer. 30:7).

    Er zijn verschillende visies bij de uitleg van het boek Openbaring:

    1. De preteristische uitleg:
    Deze visie zegt dat de Verdrukking in het boek Openbaring grotendeels is vervuld in de Kerk onder het Romeinse rijk. Het boek Openbaring was vooral ter bemoediging voor de christenen die leefden toen het boek Openbaring werd geschreven.
    2. De historische uitleg:
    Deze visie leert dat het boek Openbaring een voortdurende geschiedenis is van de Kerk. De Verdrukking omvat deze hele tijdperk van de Kerk. Openb. 6-18 is daarom voor een groot deel al vervuld.
    3. De futuristische uitleg:
    Deze visie leert dat Openb. 6-18 de zeven jaar is van de 70st jaarweek is van Daniël en nog geheel in de toekomst ligt.

    Het is duidelijk dat christenen die een preteristische of historische uiteg van het boek Openbaring volgen, zullen leren dat de Kerk of Gemeente door de verdrukking zal gaan. Elke discussie of de Gemeente door de Verdrukking moet gaan, zal allereerst duidelijkheid
    moeten geven wat onder de Verdrukking wordt verstaan. Indien hier verschil van inzicht over bestaat, dan zal de discussie zich moeten verplaatsen naar de uitleg van het boek Openbaring. Dan zal ongetwijfeld iemands opvatting ter sprake komen over het millennium, het Messiaanse vrederijk van duizend jaar. We onderscheiden daarbij drie opvattingen:


    1. Het premillennialisme:
    Het premillennialisme leert dat Christus vóór het Messiaanse vrederijk van duizend jaar zal terugkeren.
    2. Het postmillennialisme:
    Het postmillennialisme is de leer dat Christus na het Messiaanse vrederijk zal terugkeren. Het postmillennialisme voorziet de uiteindelijke overwinning van het christendom dat zijn climax vindt in de wederkomst van Christus bij de voleinding van de wereld. Postmillennialisme en een opname voor de Verdrukking gaan daarom niet samen.
    3. Het amillennialisme:
    Het amillennialisme leert het millennium van onbepaalde tijd is en vervuld wordt door Christus die momenteel in de hemel heerst. Amillennialisme zegt dat Christus nu op Zijn troon zit, op de troon van David (Luc. 1:32) Het is een geestelijk millennium in de harten van de gelovigen is (Augustinus). Augustinus nam het millennium letterlijk, maar amillennialisten veranderden van gedachten toen Christus na duizend jaar niet was teruggekeerd.
    De huidige periode tussen de eerste en tweede komst van Christus wordt nu beschouwd als de vervulling is van het Messiaanse vrederijk. De Katholieke Kerk is amillennialistisch dank zij de invloed van Augustinus. Het Calvinisme is ook amillennialistisch.
    Laten we met deze informatie in het achterhoofd de vraag bespreken:

    "Gaat de Gemeente door de (Grote) Verdrukking?", en de drie meest voorkomende visies behandelen:

    1. De Gemeente gaat niet door de Verdrukking ("Pretribulationisme")
    2. De Gemeente gaat door de Verdrukking ("Posttribulationisme")
    3. Een deel van de Gemeente gaat door Verdrukking en een deel gaat niet door de Verdrukking ("Selectieve opname")

    (Een vierde visie is midtribulationisme een variant op het posttribulationisme en leert dat de Gemeente in het midden van de Verdrukking van zeven jaar, vóór de tweede helft van de 70ste jaarweek van Daniël, zal worden opgenomen. Deze visie leert dat dit bij de laatste
    bazuin zal plaatsvinden (Openb. 11:15) We vinden gerespecteerde christenen bij al de vier visies, maar één visie kan slechts de juiste zijn. John Darby, William Kelly en Johan de Heer bijvoorbeeld geloofden in een "pretrib" opname. B.W. Newton, George Müller (beiden Vergadering van Gelovigen, 19e eeuw) en A.B. Simpson (oprichter van de CAMA zending) geloofden in een "posttrib" opname, terwijl Hudson Taylor en Watchman Nee in een selectieve opname geloofden. De bekende Canadese evangelist Oswald J. Smith volgde een "midtrib" opname.

    Pretribulationisme

    Het pretribulationisme leert dat Gemeente niet door de Verdrukking gaat. Het pretribulationisme is het logische gevolg van een premillennialistische verklaring van de Bijbel. Slechts zelden wordt pretribulationisme aangetroffen buiten een premillennialistische opvatting. Dit heeft te maken met de principes van verklaring van de Bijbel van het premillennialisme, dat gestoeld is op een letterlijke verklaring van de Bijbel en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente. Daarin past dat de Verdrukking een andere bedeling betreft dan die van de Gemeente. De Gemeente was niet aanwezig in de 69 jaarweken van Daniël en de Gemeente zal niet aanwezig zijn in de 70ste jaarweek van Daniël. In Openb. 1 zien we alle zeven gemeenten, dat wil zeggen het hele lichaam van Christus, voor Christus als Rechter staan. "Het oordeel begint bij het huis van God" (1 Petr. 4:17) en daarna wendt God zich opnieuw tot "de vervallen hut van David". Omdat God, in de premillennialistische opvatting geen twee programma’s vermengt, gaat volgens deze visie de Gemeente niet door de Verdrukking.
    Een uitermate belangrijke regel in Bijbelstudie is dat de typologie (de voorafschaduwing) van een onderwerp altijd moet overeenstemmen met de antitype (de werkelijkheid).

    De typologie bevestigt een pretribulationistische opname van de Gemeente:

    1. Henoch en Noach:
    Henoch, een type van de Gemeente, werd voor de vloed opgenomen; Noach, een type van Israël, ging door de vloed.

    2. Lot:
    Lot onderging niet het oordeel van Sodom en Gomorra, maar werd eruit verlost. Zijn vleselijk leven bracht hem weliswaar daarna tot schaamte op de berg. De berg is het type van het koninkrijk, en de schaamte staat in relatie tot de uitkomst van het oordeel voor de rechterstoel van Christus.

    3. Zippora:
    Toen God Mozes uitzond ten behoeve van zijn broeders, was Zippora, zijn heidense vrouw in een ver land. God handelt niet tegelijkertijd met de Gemeente en Israël.

    4. Asnat:
    Toen Jozef zich aan zijn broers bekend maakte (Gen. 45), was Asnat, zijn heidense vrouw (Gen. 41:45), niet aanwezig. God handelt niet tegelijkertijd met de Gemeente en Israël.

    5. Ruth
    Ruth 2 handelt typologisch over de arbeid van de christen op de akker van deze wereld. Kijk eens hoe vaak het woord "veld" in Ruth 2 voorkomt (3:2,3,8,9,17,23) samen met de woorden "gewerkt" (vers 19) en "oogst" (vers 21). Hoofdstuk 3 handelt over de
    dorsvloer, een type van het oordeel voor de rechterstoel van Christus. Hoofdstuk 4 handelt over de verlossing van het erfdeel en brengt ons typologisch in Openb. 6-18. Hieruit zien we dat de rechterstoel vooraf gaat aan de Verdrukking in Openb. 6-18.

    Kenmerken van pretribulationisme zijn:

    1. Een letterlijke verklaring van het begrip Verdrukking in het Oude en Nieuwe Testament(Matt. 16:33).
    2. Een onderscheid tussen Israël en de Gemeente.
    3. Een onderscheid tussen de Grote Verdrukking en verdrukking in het algemeen.
    4. De eenheid van zeven jaar in de 70ste week van Daniël wordt gehandhaafd.
    5. De komst van Christus is aanstaande.
    6. Er is een verschil tussen de opname van christenen en de wederkomst voor Christus opde wolken die vooraf wordt gegaan door tekenen.
    7. Er is een onderscheid van de laatste bazuin voor de Gemeente (1 Cor. 15:42) en de laatste bazuin voor Israël (Openb. 11:15).

    Posttribulationisme

    Het posttribulationisme leert dat de Gemeente geheel of gedeeltelijk door de Verdrukking zal gaan. Posttribulationisten zijn het er niet over eens of premillennialisme, postmillennialisme ofamillennialisme de juiste visie is. Daarom leent posttribulationisme zich niet specifiek voor éénvan deze vormen van uitleg. Hoewel pretribulationisme het logische gevolg is van een premillennialistische verklaring vande Bijbel, komen we posttribulationisme ook wel tegen bij premillennialisten (bijvoorbeeld A.B.Simpson, die een historische uitleg van het boek Openbaring volgde en de theologen George E. Ladd (1956) en Robert H. Gundry (1973) die beiden een futuristisch posttribulationisme leerden, waarbij Gundry trachtte dit te combineren met de leer van de bedelingen.). Alle vormen van posttribulationisme leren echter dat de opname plaatsvindt aan het einde van de Verdrukking.

    Het posttribulationisme wordt niet ondersteund door de typologie van de Bijbel en dit heeft verdere theologische problemen tot gevolg:

    1. Het probleem dat alle Bijbelgedeelten over de opname naar een direct aanstaandegebeurtenis verwijzen, maar dat de tweede komst van Christus vooraf wordt gegaan door bepaalde tekenen. Het posttribulationisme heeft moeite deze twee gebeurtenissen
    te onderscheiden. Zij stellen dat het om dezelfde gebeurtenis gaat (1 Tim. 6:14).

    2. Posttribulationisten hebben geen uniforme interpretatie van het boek Openbaring. Velen van hen vergeestelijken de oordelen in Openb. 6-18.

    3. Posttribulationisten zijn het niet eens of premillennialisme, posttribulationisme of amillennialisme de juiste visie is. Posttribulationisme leent zich niet voor een eenduidig systeem van interpretatie.

    4. Posttribulationisten verbreken de eenheid van de 70ste week van Daniël en er bestaat doorgaans verwarring over Gods programma met de Gemeente en met Israël.
    5. De meeste posttribulationisten zien in de Gemeente de "heiligen van alle eeuwen." Daartoe moet de Schrift vergeestelijkt worden.

    6. Posttribulationisten hebben moeite een eenduidige chronologie te geven van de gebeurtenissen rond de wederkomst van Christus. Met de chronologie die zij bieden, is er vaak verschil van opvatting.

    7. Posttribulationisten ondersteunen hun visie met Matt. 13:30, waar het onkruid wordt geoogst vóór het koren. Dit echter spreekt een "posttrib" positie tegen, die stelt dat de ongelovigen pas in beeld komen na de opname.

    Verdere argumenten van het posttribulationisme zijn:

    1. De laatste bazuin in 1 Cor. 15:50-55 en 1 Thess. 4:16,17 wordt verbonden met de laatste bazuin in Openb. 11:15. Discussiepunt: De vraag is echter of het om dezelfde bazuinen gaat. Er kan een laatste bazuin zijn voor de Gemeente en een laatste bazuin voor Israël.

    2. De zoon van het verderf moet verschijnen voordat de opname kan plaatsvinden (2 Thess. 2:1-9). Discussiepunt: Waarom moet de uitdrukking "onze vereniging met Hem" betrekking hebben op de opname? Veel natuurlijker is hier om een verwijzing te zien nadat we verenigd zijn met Christus om deel te hebben in Zijn heerschappij na de Grote Verdrukking. 2 Thess. 1:7 12 leidt deze gedachte in. De heerschappij van Christus met zijn heiligen is het onderwerp, niet de opname.

    3. Het evangelie moet eerst gepredikt worden in de gehele wereld (Matt. 24:14), totdat Christus terugkomt op aarde. Discussiepunt: Er zijn drie secties in Matt. 24-25: 1) Joodse sectie (24:4-31), Christelijke sectie (24:32-25:30), en 3) een sectie over de volkeren (25: 31-46). Matt. 24:14 heeft daarom niet met de Gemeente te maken, maar met Israël, waar vers 14 de prediking van de 144.000 beschrijft.

    4. De voleinding van de wereld vindt plaats na de Verdrukking (Matt. 24:3; 13:40)
    Discussiepunt: Er is een voleinding van de wereld, maar dat betekent niet dat de opname niet eerder kan plaatsvinden.

    Selectieve opname

    De leer van een selectieve opname komt voort uit een premillennialistische opvatting van de Bijbel en verwijst naar de leer dat alleen een selecte groep van overwinnende christenen, op basis van geestelijkheid (versus vleselijkheid), uit de doden en levenden wordt opgenomen. Niet alle doden in Christus zullen dan opgewekt worden, noch zullen alle dan levende christenen worden opgenomen.

    De theologie van een selectieve opname van gelovigen wordt in het algemeen toegeschreven aan Robert Govett (1813-1901), een onafhankelijk predikant uit Norwich, Engeland. Watchman Nee, die ook de leer van selectieve opname volgde, volgde Govett in sterke mate. De bekendste vertolker van de leer in de 20ste eeuw was G.H. Lang (1874-1958), een Bijbelleraar uit de Open Vergadering van Gelovigen.

    Govett en Lang waren Bijbelleraren van groot geestelijk formaat. Charles Spurgeon schreef van Govett dat hij honderd jaar voor zijn tijd schreef en dat de tijd zou komen dat zijn werken als louter goud zouden worden gezien. Van Lang werd na zijn dood gezegd dat hij wereldwijd de beste Bijbelkenner van zijn tijd was. Govett en Lang zagen duidelijk en correct dat er een selectie van christenen zal plaatsvinden, een selectie tussen overwinnaars en niet-overwinnaars (Openb. 2:7,11,17, 26; 3:5,12,21), op basis van waakzaamheid en trouw (Matt. 25:1-30). Wat deze Bijbelleraren echter niet zagen, is dat deze selectie zal plaatsvinden voor de rechterstoel van Christus en niet bij de opname van christenen.

    Het probleem van selectieve opname is dat het bepalen van geestelijkheid of vleselijkheid of van trouw of ontrouw niet plaatsvindt bij de opname, maar voor de rechterstoel van Christus. Een selectieve opname veronderstelt dat er momenteel een voortdurend oordeel plaatsvindt om te bepalen wie bij de opname wordt opgenomen. De huidige bediening van de Here Jezus is echter die van Hogepriester en niet van Rechter.

    Verzen die worden aangevoerd door aanhangers van een selectieve opname zijn onder andere Matt. 24:40 ("één zal aangenomen worden, en één zal achtergelaten worden"), Luc. 21:36 ("waakt te allen tijde…dat gij in staat mag zijn te ontkomen…en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen") en Fil. 3:11 (‘dat ik mocht komen tot de opstanding uit de doden").Luc. 21 :36 kan echter ook vertaald worden met: "waakt te allen tijde…dat gij moogt standhouden" (vgl. Rom. 14:14; Ef. 6:14), dat wil zeggen dat we de goedkeuring van de Heer mogen verkrijgen voor Zijn rechterstoel. En in dat licht moeten ook Matt. 24:40 en Fil. 3:11 worden gezien. Openb. 3:10 is voor deze visie echter een van de meest aangehaalde verzen:

    "Omdat gij het bevel bewaart hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld zal komen, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen."

    De uitleg van Openb. 3:10 kan gevonden worden in Openb. 3:3. Het "uur" in Openb. 3:10is hetzelfde "uur" als in Openb. 3:3, en "het uur dat ik u zal overvallen" is hetzelfde "uur van de verzoeking waarvoor Ik u zal bewaren". En het is dezelfde dag "dat plotseling over u komt" (Luc. 21:34). Luc. 21:34 staat in direct verband met Luc. 21:36 en met de rechterstoel van Christus. Zowel waakzame christenen (Openb. 3:10), als christenen die niet waakzaam zijn (Openb. 3:3), zullen deel krijgen aan hetzelfde uur, maar de ene groep zal standhouden in het oordeel (Luc.21:36) en voor de anderen zal dit uur hen overvallen als een strik (Luc. 21:34). Bijbels gezien is waakzaamheid nodig om onze geestelijke wedloop goed te lopen, maar waakzaamheid is niet nodig om deel te krijgen aan de opname.

    Dit kan worden gezien in :

    1 Thess. 5:1-10. Het werkwoord voor "slapen" (Gr. katheudoo) in vers 10 is hetzelfde Griekse werkwoord dat voor "slapen" in vers 6,7 voorkomt. Het slapen hier verwijst in alle drie verzen naar een toestand van gebrek aan waakzaamheid. Hetzelfde geldt voor het werkwoord voor "wakker zijn/ waken" (Gr. gregoreoo), dat in vers 6 en 10 voorkomt. Dit kan maar één ding betekenen: ALLE christenen zijn "in Christus" en zullen op deze basis worden opgenomen, hetzij zij waakzaam zijn of niet. Zij zullen de Here tegemoet gaan en daarna voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zoals we zien in Openb. 1:9-20: de Here omgord als rechter te midden van de zeven Gemeenten, dat wil zeggen te midden van ALLE christenen.

    Conclusie:

    Er is een voortdurende discussie onder christenen over het tijdstip van de opname ten opzichte van de Verdrukking. Het startpunt van deze discussies is helaas maar al te vaak vanuit afzonderlijke verzen in het Nieuwe Testament op detailniveau. Goede Bijbelstudie begint echter bij Mozes en de profeten en bij de typologie van het Oude Testament. Door types en antitypes te vergelijken krijgt men een volledig beeld en vallen probleemverzen op hun plaats. Elke leer die strijdig is met het typologisch onderwijs van de Bijbel kan niet correct zijn.
    Het posttribulationisme is strijdig met de typologie en leidt daarom tot verder theologische problemen. Het pretribulationisme is de enige visie die aan de noodzakelijke eis voldoet dat de onderwijzing van de type en de antitype over dit onderwerp moet overeenstemmen. Het pretribulationisme vloeit voort uit een premillennialistische verklaring van de Bijbel, die voortkomt uit de letterlijke interpretatie van profetie. De meeste aanhangers van het pretribulationisme zien helaas niet dat er een toekomstige scheiding zal zijn van christenen voor de rechterstoel. Deze scheiding is er echter wel, maar de aanhangers van een leer van selectieve opname verbinden deze scheiding abusievelijk met de opname en niet met de rechterstoel van Christus.
     


    Is de opname realiteit?

     
    In Joh. 14:2-3 zegt de Here Jezus het volgende: “In het huis mijns Vaders zijn vele woningen - anders zou ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot mij nemen, opdat gij zijn moogt, waar ik ben”. Hierin zien wij de opname van de gemeente, of beter gezegd: de wegneming van de gemeente. Deze gebeurtenis zal gaan plaatsvinden als het hemelse Vaderhuis gereed is haar te ontvangen. De gemeente zal dan voor altijd bij de Heer in het Huis van de Vader zijn.

    In Openb. 4:1 zien wij ook de opname van de gemeente. In dit bijbelgedeelte stelt Johannes als het ware de gemeente voor die opgenomen wordt. Vanuit de lucht ziet hij wat er tijdens “de dag des Heren” op aarde gebeurt. De apostel Johannes zegt: “Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet”. De geschiedenis van de kerk is tot aan de wederkomst van Christus, tot Openb. 4. En van Openb. 6 t/m 19 zijn de 7 jaren van “de dag des Heren”. Dat is een periode waarin Gods toorn over de gehele aarde zal komen. Namelijk doormiddel van hongersnoden, natuurrampen, oorlogen, pest en vervolgingen. In Openb. 3:10 lezen we dat de gemeente niet door deze tijd heen hoeft: “Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.”. En in 1 Tess. 5:9 zegt de apostel Paulus: “want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus,” (Rom. 5:9 en 1 Tess. 1:10).

    In het oude testament staan een aantal voorbeelden dat God de gelovigen beschermde voor grote rampen. Laten we kijken naar Noach. Doordat Noach rechtvaardig was werd hij en zijn huis bewaard voor de zondvloed. Zij werden op tijd in de ark in veiligheid gebracht (Gen. 6 en 7). Een ander voorbeeld is Lot. Hij woonde in een stad van hoererij, dronkaards en afgoderij. Voordat Sodom en Gomorra aan de grond gelijk werd gemaakt werden Lot en zijn gezin uit de stad in veiligheid gebracht. Zij waren rechtvaardig en werden bewaard voor de ramp (Gen. 19:1-29).

    Werden deze rechtvaardigen bewaard voor de aanvallen van Satan? Ja, ook dat, maar in de eerste plaats voor Gods toorn. De gelovigen die menen dat de gemeente door “de dag des Heren”, “de Grote verdrukking”, heen moet, maken een grote denkfout. Zij begrijpen het verschil niet tussen vervolging en Gods toorn. Nog een voorbeeld vinden we in Ex. 12. De Israëlieten kregen de opdracht bloed te smeren op de deurposten van hun woning. Zij waren daardoor beschermd voor de tiende plaag. In Ex. 12:12-13 lezen we: “Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE . En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla”.
    Deze Bijbelverhalen geven mij groot geloof en blijdschap dat de gemeente bewaard wordt voor Zijn toorn. Dit doormiddel van de opname. Zo werd ook Henoch opgenomen, voordat de zondvloed kwam. Over Henoch lezen we: “En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen” (Gen. 5:24). In Henoch zien wij de opneming van de gemeente. Net zoals God hem opnam voordat de zondvloed kwam, zo zal ook de Here de gemeente opnemen voordat zijn toorn over de gehele aarde zal komen.

    Waarom en wanneer wordt de gemeente opgenomen?


    Paulus geeft in 2 Tess. 2:7 een sterk getuigenis waarom de gemeente ‘moet’ worden opgenomen: “Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is”. Zij die in Christus Jezus zijn moeten worden opgenomen, anders kan de antichrist zich niet openbaren.
    Zoals de Bijbel zegt woont de Heilige Geest in de gemeente (1 Kor. 3:16 en 6:19). Zij zijn Gods tempel. En zolang de gemeente, waar de Geest van God in woont, nog op aarde is wordt de antichrist weerstand geboden.

    Er is nog een reden waarom de gemeente moet worden opgenomen. Want zoals bijna een ieder wel weet gelooft het grootste deel van het Joodse volk niet in de Here Jezus. Want toen Jezus onder hen leefde hebben zij Hem niet als hun Messias aangenomen.
    De apostel Paulus zegt dat door hun val het heil tot de heidenen is gekomen (Rom. 11:11). Doordat zij de Messias verworpen hebben kon God de wereld met zich verzoenen (Rom. 11:15). Maar voor hoelang is Israël verhard? Volgens de apostel Paulus is Israël verhard totdat het laatste lid uit de volken is toegevoegd aan de gemeente. Het zou ook zo gezegd kunnen worden: Israël komt tot bekering zodra het Lichaam van Christus vol is (Rom. 11:25-26). En als het Lichaam van Christus vol is wordt zij opgenomen! (Joh. 14:2-3 en Hebr. 3:6). Dan breekt de laatste fase van de eindtijd aan, “de dag des Heren” (Dan. 9:27). Die periode zal met name voor het volk Israël een tijd zijn, van “grote verdrukking”, waarin zij tot bekering komen en uiteindelijk zullen zij Hem zien die zij doorstoken hebben (Zach. 12:10). In het hoofdstuk ”het antichristelijk tijdperk” kunt u hier meer over lezen.

    Zij die worden opgenomen


    De gelovigen van het oude en het nieuwe verbond zullen samen de Heer tegemoet gaan in de lucht. Alleen zij die tot het nieuwe verbond horen, behoren tot het Lichaam, tot de bruid van Christus, waarvan Hij het hoofd is. In 1 Tess. 4:16-17 zegt Paulus: “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen”.
    De opname is een plotseling verplaatsing door goddelijk ingrijpen. De wolken stellen het hemels transportmiddel voor en ‘in de lucht’ geeft aan dat we de Heer tussen hemel en aarde ontmoeten. Dit zal plaatsvinden als het bevel van de Heer klinkt, als een aartsengel zijn stem laat horen en de bazuin van God schalt. Dan zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen en zullen de gestorvenen in Christus eerst opstaan, en daarna zullen wij levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggenomen (gegrepen of weggerukt) worden, om de Heer te ontmoeten in de lucht.
    Voor de gelovigen is de opstanding ten leven zeer troostend. Het is dan ook belangrijk elkaar te bemoedigen met deze woorden (1 Tess. 4:18).

    Hemelse lichamen

    In 1 Kor. 15:51-53 heeft Paulus het ook over de opname. Hij zegt hier het volgende: “Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen”. De gestorven gelovigen zijn in het paradijs. Ze weten dat ze voor eeuwig bij Jezus mogen zijn. Bij het klinken van de laatste bazuin, niet verwarren met de laatste bazuin van het boek Openbaring, zullen zij een nieuw onsterfelijk hemels lichaam krijgen. En ook wij levenden, die net als zij opgenomen worden, krijgen onsterfelijke hemelse lichamen. Net zoals Jezus na Zijn opstanding ook een hemels lichaam ontving. De opname is de verlossing van ons aardse lichaam!

    De Heer na zijn opstanding

    Zoals de Bijbel ervan getuigt had de Here Jezus net als ons een lichaam van vlees en bloed. De Heer was op aarde volkomen mens. Zie Kol. 2:9. Ook getuigt de Bijbel dat Hij dood is geweest, want nadat Hij gekruisigd was stierf Hij. Maar gelukkig is Hij na drie dagen opgestaan uit de dood. Hij is toen verschillende keren aan zijn discipelen verschenen. En zij herkenden Hem en konden Hem zelfs aanraken. De Heer heeft zelfs voordat Hij opgenomen werd naar de hemel een stuk gebakken vis gegeten (Luc. 24:39-43). Jezus kon zich na Zijn dood van de ene naar de andere plek verplaatsen. Hij kon bij wijze van spreken door een muur heen lopen, want zijn aardse lichaam werd na zijn dood veranderd in een hemels lichaam. De Heer kwam weer terug bij zijn Vader, onze Vader, en Hij wacht op ons (Joh. 14:2-3).

    Kunnen we het precies uitrekenen?

    De dag en het tijdstip weten we niet, dat weet alleen de Vader. Het kan dus zowel vandaag of misschien over 5 of 10 jaar zijn. De Bijbel vertelt ons dat we waakzaam moeten zijn en dat die dag ons niet mag overvallen. We moeten wakker blijven en ons niet in slaap laten sussen. In 1 Tess. 5:1-6 lezen we: “Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn.” Zorg ervoor beste lezer, dat die dag u niet overvalt. Bent u nog in de duisternis, of bent u al in het licht? Bent u gereed, uw grote God en Heiland, Christus Jezus, tegemoet te gaan in de lucht? Heeft u zich al bekeerd van uw zonden en Jezus Christus toegelaten in uw hart? Alstublieft bekeer u, en wandel in het Licht met Jezus, want Hij is de enige weg tot de hemelse Vader. In Joh. 14:6 zegt Jezus: “…Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij”. En in Joh. 10:9 zegt de Zoon van God: “Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden;…”.

    Bron: Online Evangelist

     

    Reacties

    Hilke op 15-09-2009 21:37
    Dit is (nog) heel nieuw voor mij. Maar ik geloof wel dat het waar is. Ik heb wel vragen.
    Wat bedoel je met het verschil tussen de gelovigen van het oude en het nieuwe verbond? Zij zullen samen de Heer tegemoet gaan in de lucht, en alleen degenen die tot het nieuwe verbond behoren, zijn lid van het lichaam van Christus. Is dit zogezegd het verschil tussen Abraham en David, vs. mensen die concreet in Jezus geloven nadat Hij is gestorven?
     
    Ik heb in de Bijbel recent ontdekt dat er een verschil is tussen christenen. Ik dacht altijd dat alle christenen volledig door genade gered worden en dat er geen verschil tussen hen is. Of misschien dan 'trappen' in de hemel, dat er emmers en vingerhoedjes zijn en allen zij vol van Christus. Omdat Christus alles in allen zal zijn, en omdat er bijv. staat dat wie door Christus binnenkomt, behouden zal worden. Ook staat er bijv. in Romeinen 10:10-13 dat de zaligheid te verkrijgen is door het belijden en geloven in Christus. Dat dat gerechtigheid en zaligheid brengt. Een ieder die in Jezus gelooft, zal niet beschaamd worden. Een ieder die de naam van de Heer zal aanroepen, zal zalig worden.
    Hoe moet ik dit met elkaar rijmen? Ik hoop dat u/jij mij hierover verder kan onderwijzen!
     
    groeten, Hilke
    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl