leftbehind.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Nieuwe artikelen
    Beloften die verbonden zijn met de komst van de Heer
    Beloften die zijn verbonden met de komst van de Heer
     
    Vandaag of morgen kan het dus zó maar gebeuren: ineens staat de Heer vóór ons! Plotseling is het zover! Hij komt ons halen om ons voortaan voor altijd dicht bij zich te hebben. Maar hoe gaat dat dan? Hoé kunnen wij dan meegaan, de hemel binnen? Ons zwakke lichaam, met al zijn gebreken, kan toch niet de hemel ingaan? Nee, dat kan inderdaad niet.

    “Vlees en bloed kunnen het koninkrijk van God niet beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet” (1 Kor. 15:50). Er moet inderdaad iets met ons gebeuren.

    Trouwens – dat geldt nog te meer voor hen die reeds gestorven zijn. Als de Heer morgenochtend om tien uur komt, hoe staat het dan met hen die reeds in hun graf liggen? Dat was het probleem van de pasbekeerden in Thessalonika.  Paulus had aan hen verteld dat de Heer spoedig zou komen, en daar zagen ze nu met vurig verlangen naar uit. Maar toen er van hen enkelen kwamen te overlijden, begon er in hun gedachten een moeilijkheid te rijzen. Zouden deze ontslapenen er nu niet bij zijn als straks de Heer Jezus kwam? Hoe moest dat nu? De Thessalonikers waren er verward en bedroefd over. Toen de apostel Paulus daarvan hoorde, was dat voor hem één van de aanleidingen een brief te schrijven aan de gemeente van Thessalonika. Wij hebben deze brief gelukkig nog altijd in onze bijbel: de eerste brief aan de Thessalonikers. Hoofdstuk 4: 13-18.

     

    Beste Thessalonikers, schrijft Paulus als het ware, maak je maar niet ongerust over hen die reeds gestorven zijn. Want zij zullen er óók bij zijn als de Heer Jezus komt! Ja, zij zijn zelfs het eerst aan de beurt. “De doden in Christus zullen eerst opstaan”. En onmiddellijk daarna “zullen wij, de levenden samen met hen in de wolken opgenomen worden de Heer tegemoet in de lucht”.

    En wij dan? Gaan wij die dan nog leven (de apostel sluit zichzelf hierbij is, waaruit blijkt hoe hij elk ogenblik Christus’ komst verwachtte)- gaan wij dan zó de hemel binnen? Nee, ook met ons zal er iets gebeuren. “Wij zullen niet alleen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid aandoen” (1 Kor. 15:51-53).  In een ondeelbaar ogenblik zullen wij een geweldige metamorfose ondergaan: ons lichaam met al zijn gebreken zal veranderd worden in een opstandingslichaam, in een lichaam dat gelijkvormig is aan dat van de verheerlijkte Heer.

     

    Wij zullen Hem zien zoals Hij is!

     

     

    “De Heer tegemoet in de lucht”.  Zo formuleert de apostel het in 1 Thessalonika 4. Wat een geweldige ontmoeting zal dat zijn! Niemand van ons heeft de Heere Jezus nog ooit gezien. Zeker, wij ‘zien’ Hem door het geloof nu al, als de verheerlijkte Mens in de Hemel (Hebr 2:9) – maar dat is toch nog iets anders. Wij hebben Hem lief, hoewel wij Hem niet hebben gezien, (1 Petrus 1:8) omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Maar straks zullen we Hem zien! Prachtig wordt dat uitgedrukt door Johannes, in zijn eerste brief hoofdstuk 3:2. “Wij zullen Hem zien, zoals Hij is”.

    Wat een ‘bijeenvergadering’,  wat een samenkomst zal dat zijn! Paulus gebruikt in 2 Thess. 2:1 voor deze ontmoeting met de Heer hetzelfde woord dat in Hebr 10:25 doelt op onze onderlinge samenkomst als gelovigen. Die samenkomst zal niemand verzuimen. Daar zal niemand ontbreken. Allen die werkelijk wedergeboren zijn, verlost door het bloed van het Lam, verzegeld met de Heilige Geest, zullen daar zijn. Protestant of presbyteriaan, baptist of pinksterbroeder, lutheraan of heilsofficier, al die verschillen zijn dan in één oogwenk verdwenen. Daar zullen we met zijn allen zijn, en vol bewondering en aanbidding voor het eerst Hem in de ogen zien, die ons heeft liefgehad. We zullen Zijn gelaat zien, dat eens de sporen van een doornenkroon en van smartelijk lijden heeft gedragen. We zullen Zijn doorstoken zijde zien, waaruit bloed en water heeft gevloeid. Ja, wij zullen Hem zien, zoals Hij is! “De Heer tegemoet in de lucht”.  Niet in de hemel zullen we Hem voor het eerst zien. De hemelse Bruidegom komt uit de hemel om Zijn bruid op te halen. De ontmoeting met Zijn bruid is niet voor andere ogen bestemd: alleen Hij zal er zijn, en wij! De wereld zal van die ontmoeting niets zien; de engelen hebben er niets mee te maken. Voor het eerst zullen de Bruidegom en de bruid oog in oog staan met elkaar. Geweldig vooruitzicht!

    Hoezeer de Heiland zelf naar deze ogenblikken verlangt blijkt uit de woorden die hij uitspreekt in Johannes 17:24, als Hij met zijn Vader spreekt, “Vader, ik wil, dat waar ik ben, ook zij bij mij zijn die Gij mij gegeven hebt, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij mij gegeven hebt; want Gij hebt mij liefgehad vóór de grondlegging van de wereld”.

    “Ik wil”.  Nooit sprak de Heer deze woorden uit tijdens zijn leven op aarde; altijd was het: “Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede”.

    Slechts tweemaal zei Hij: “Ik wil”: bij de reiniging van een melaatse (Luk. 5:13) en hier, in Johannes 17. Zijn vurige verlangen was het zondaars te reinigen van de bezoedeling van de zonde en hen te brengen in het Vaderhuis, om daar Zijn heerlijkheid te aanschouwen.

    “Opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen”. Die heerlijkheid had Hij altijd al gehad, als de eeuwige Zoon in de schoot van de Vader, ver vóór het heelal geschapen was, in de eeuwige atmosfeer van liefde en gemeenschap die er bestond tussen de Vader en de Zoon. Maar nú heeft Hij op aarde de Vader verheerlijkt en God heeft Hem daarvoor beloond door Hem dezelfde heerlijkheid nu als Mens te geven. Zó zullen wij Hem daar straks mogen aanschouwen: in alle heerlijkheid die Hij nu als de kroon op Zijn lijden en sterven als Mens ontvangen heeft. Onze aardse ogen zouden het licht van die heerlijkheid niet kunnen verdragen. Maar wij zullen Hem zien in al die glorie, en we zullen voor hem neervallen om hem te aanbidden.

     

    Zo zullen wij altijd met de Heer zijn

     

     

    “Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij mij zijn, die Gij mij gegeven hebt”. Dat gebed van de Heer Jezus zal verhoord worden. We hebben het al gelezen in 1 Thess 4:18. “Zo zullen wij altijd met de Heer zijn”. Natuurlijk, ook hier op de aarde heeft de Heere Jezus ons Zijn nabijheid beloofd. “Zie, Ik ben met u, alle dagen tot de voleinding van de eeuw” (Matth. 28:20). Maar hoe vaak was onze gemeenschap met Hem niet onderbroken, door slordigheid in ons geestelijk leven, of zelfs door (onbeleden) zonden? Dikwijls hebben wij Zijn nabijheid niet werkelijk ervaren.. Maar als we eenmaal bij Hem zijn, zal dat anders zijn. Onze boze, oude natuur, die ons hier op aarde zo vaak parten speelde, zullen we dan niet meer hebben. Niets zal onze gemeenschap met de Heere nog kunnen verstoren.

    Voor altijd zullen we gelukkig zijn in Zijn nabijheid. “Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u nemen” (Joh. 16:22).  Alles wat hier op aarde onze blijdschap kan wegnemen, zal dan voorgoed verdwenen zijn. Wat een vreugde staat ons te wachten!

     

    Ik zal u weerzien

     

     

    Maar het gaat niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats om onze vreugde. “Ik zal u weerzien” zegt de Heer Jezus in het vers uit Joh. 16 dat we zojuist geciteerd hebben. Kunt u zich dat voorstellen? Dat wij ernaar uitzien om hem te aanschouwen en te ontmoeten is begrijpelijk. Maar de heer Jezus verteld ons ook van zijn vurige verlangen om ons te zien. Zijn oneindige liefde verlangt ernaar ons bij zich te hebben. Nee, het was niet slechts medelijden dat Hem drong naar deze aarde te komen om voor ons te lijden en te sterven: het was liefde, werkelijke, diepe, innige liefde. Om de vreugde die vóór Hem lag heeft Hij het kruis verdragen en de schande veracht. Hij die “al wenende” heeft gezaaid, “zal voorzeker komen met gejuich” (Ps. 126:6). Wat over Israël geschreven staat in Zefanja  3:17 zal nog veel méér waar zijn ten opzichte van de Gemeente: “Hij zal Zich over u met vreugde verblijden; Hij zal zwijgen in Zijn liefde; Hij zal over u juichen met gejubel”. Hij, de Man van smarten, die zo onnoemelijk veel geleden heeft, zal de vrucht van Zijn werk zien, “Om zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe”(Jes. 53:11).

     

    Ziet u er al naar uit?

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl